Geheugenproblemen bij ouderen

In het geheugen wordt informatie voor korte of langere termijn verzameld, geordend en opgeslagen om op een later tijdstip weer opgeroepen te worden.

Bij het ouder worden

Het geheugen gaat vanaf het 30e levensjaar langzaam achteruit. Het duurt steeds langer voordat dingen die u ziet, hoort, leest of voelt door uw hersenen verwerkt worden. Het opslaan van nieuwe informatie duurt ook langer, evenals het oproepen van informatie uit het geheugen. Dat is een natuurlijk proces. Als u wat vaker dingen vergeet, hoeft dat dus helemaal niet te wijzen op beginnende dementie.

Wat merkt u ervan?

Deze geheugenproblemen horen in de regel bij het ouder worden:

  • U heeft moeite met het onthouden van afspraken, namen van personen en gebeurtenissen.
  • U weet niet meer goed of u iets wel of niet heeft gedaan.
  • U maakt handelingen niet af, maar begint met iets anders.
  • U kunt zich minder gemakkelijk op iets concentreren.
  • U kunt minder gemakkelijk dan vroeger met cijfers omgaan en rekenen.
  • U kunt nog steeds nieuwe dingen leren en onthouden, maar dat kost u wat meer moeite.

Andere oorzaken

Het kan ook zijn dat er een andere oorzaak is voor uw geheugenprobleem. Dan komt het dus niet door veroudering. Mogelijke oorzaken van niet-natuurlijke geheugenproblemen kunnen zijn:

Achtergrondfoto